Soms ervaar je iets raars en dan blijk je niet de enige te zijn die dat heeft. Een schrale troost. Zeker als er zelfs wetenschappelijk onderzoek naar die specifieke ervaring blijkt te zijn gedaan waar je dan nog steeds geen steek mee opschiet. Verwarrend allemaal. Waar gaat dit over?
In de krokusvakantie ging ik met mijn elfjarige zoon naar Avatar 3D in het Imaxtheater in Amsterdam. Je moet wat als het zo koud is, nietwaar. Wat een geweldige film, prachtig fantasieverhaal en erg mooi gemaakt. Ik heb ervan genoten, terwijl ik normaal niet van dit soort films houd. Geef mij maar lekker traag Italiaans of Frans drama. Films met diepgang dus. Maar bij Avatar bood het uitgedeelde 3D-brilletje een wereld met heel andere dieptes! Ik zou er bijna hoogtevrees van krijgen. Jammer alleen dat mijn zoon de hele tijd naast mij zat te zuchten en te klagen. Die 3D-bril deed pijn aan zijn ogen. Niet aanstellen joh, gewoon de pijn vergeten, het gaat vanzelf wel over. Niet dus. Hij bleef maar doorzeuren en die bril op en af zetten. Toen de film was afgelopen (na 3 uur al!), had hij knalrode, tranende ogen. Eerlijk gezegd had ik er zelf ook wel een beetje hoofdpijn van gekregen.
Uit wetenschappelijk onderzoek is inmiddels gebleken dat een 3D-film als Avatar of een 3D-game bij zo‘n 20 procent van de bevolking hoofdpijn en geïrriteerde ogen kan veroorzaken. Vooral bij mensen bij wie de zogenoemde oogsamenwerking minder goed is. Dat hebben wij dus weer…
Deze mensen vormen in de hersenen minder makkelijk een beeld van wat ze met beide ogen zien, vaak zonder dat ze het weten. De oorzaak zit vooral in de diepte van de 3D-beelden. Een combinatie van extreme diepte en beweging is funest. Minder diepte zou al kunnen helpen. Maar ja, daar gaat het nou net om. Dat geeft juist zo’n mooi effect. Er is nu een leestest ontwikkeld waarmee het kijkcomfort op de tv kan worden aangepast. Klinkt goed. Het is er alleen nog niet. Enne, hoe ga je dat doen in een bioscoop?
We hadden er met spanning naar uitgekeken: de eerste loopsheid van onze hond Lucca. In alle hondenboeken die we hadden geraadpleegd werd door deskundigen verteld dat het al vanaf 6 maanden kon gebeuren. Bij grotere honden, die van ons dus, meestal wat later, maar rond 9 maanden kwam het zeker! Nou, bij Lucca gebeurde er niets. Ook niet toen ze al 12 maanden oud was. Nee, bij haar begon het natuurlijk 1 dag voor kerst, als je in volledige stress alles op culinair gebied in huis aan het halen bent en je hoofd helemaal niet staat naar een speciaal broekje voor loopse teven. Erger nog, we waren op dat moment vrijwel ingesneeuwd in een huisje op Terschelling. De wegen waren spekglad en waar zat op dit eiland in godsnaam een dierenwinkel die nog open was?
Gelukkig bood internet zoals gewoonlijk uitkomst. Er was wel degelijk een dierenwinkel en niet eens heel ver weg. Met gevaar voor eigen leven stapten we op de fiets en glibberden en gleden we naar het dorpje Stryp (vier huizen ongeveer), waar zich de enige dierenwinkel combinatie doehetzelf- en plantenzaak van het eiland bevond. Eindelijk, een hondenbroekje! Maar ja, nu de inlegkruisjes nog. Mijn dochter en ik gebruiken die dingen nooit en nu moesten we ze kopen voor de hond! Nou ja, je moet wat voor je huisdier overhebben. Terugfietsen dus naar Midsland, naar de enige supermarkt waar we al drie keer waren geweest die dag, om een flink pak inlegkruisjes te halen. Waarom is er eigenlijk geen fijne Etos in Midsland?
Veilig thuisgekomen liet Lucca zich het broekje gewillig aantrekken. Ze was waarschijnlijk toch al uit haar doen door die hele hormonenbusiness en het ongewone verblijf op Terschelling. Na een paar dagen kreeg het hele gezin er een grote handigheid in om Lucca na het uitlaten van een schone ‘string’ te voorzien (wel handig om voor het uitlaten dat ding eerst af te doen!). Een aandoenlijk gezicht: man en puberzonen druk in de weer met inlegkruisjes. Weten ze ook eens hoe het is, vonden mijn dochter en ik. Ha, eindelijk gerechtigheid!